melburnian.reismee.nl

Minyip, Horsham en Spinnen

G'day,

Het laatste berichtje is alweer een maand geleden gepost; tijd voor een update.

Om maar met het slechte nieuws te beginnen: de zomer is officieel over. Het begint een beetje koeler te worden, wat niet onaangenaam is. Herfst is gewoon een rotwoord; ik associeer het met deprimerende, regenachtige dagen. Echt koud wordt het hier gelukkig niet, het is gemiddeld nog wel een graad of twintig.

De zevende stageweek is alweer begonnen, de tijd gaat zo snel voorbij. Na mijn stage, die in de eerste week van juni afgelopen is, wil ik graag gaan reizen. Omdat de dollars behoorlijk snel op zijn, heb ik besloten een maand te gaan werken voordat het echte avontuur kan beginnen. Na een half jaar grote stad, gooi ik het over een hele andere boeg: de Australische outback. Of platteland, welk naampje je het beestje ook maar wilt geven. Toegegeven, ik ben wel een beetje beïnvloedt door TV series als Mcleod´s Daughters, waar een behoorlijk geromantiseerd beeld van het plattelandsleven wordt weergegeven. Anyway: de outback dus. Na wat research te hebben gedaan, besloot ik een Cattle Station (Australische versie van een ‘ranch') in South Australia (de staat die grenst aan Victoria) uit te zoeken; zodat ik niet te ver hoef te reizen. Op een banensite stond een advertentie waarin werd gevraagd naar een jillaroo (vrouwelijke boerderijhulp). De ultieme Australië-reiziger baan. Direct maar een niet al te formeel (Australiërs zijn behoorlijk laid-back) mailtje naar de betreffende cattle station gestuurd, en een dag later kreeg ik antwoord. ‘Je klinkt enthousiast, ik wil je wel voor een korte tijd aannemen.' Dat was toch wel het meest ideale sollicitatiegesprek dat ik ooit heb gehad. De baas legde uit dat er momenteel gewerkt wordt aan het toerisme, er zijn een aantal trekpleisters in de buurt en daar moet natuurlijk op ingespeeld worden. Daar kan hij wel wat hulp bij gebruiken, en op de ‘boerderij' zelf is ook genoeg te doen, dus wat werk betreft is het een combinatie van beide. Paardrijervaring was gewenst, dus ik zie mezelf al, haren wapperend in de wind, te paard achter de schapen aan galopperen. Gister heb ik telefonisch contact met de baas gehad: hij vertelde me dat hij volgende week het weekeinde in Melbourne is, en me graag wil ontmoeten. Ik ben erg benieuwd, echt officieel is het nog niet; maar ik geloof dat ik een goede kans maak op de jillaroo baan. Een mannelijke boerderijhulp wordt hier trouwens ‘jackaroo' genoemd.

Afgelopen maandag was het weer zover: een nationale feestdag. Je wordt er mee doodgegooid hier; Australiërs zijn altijd in voor een feestje (of vrije dag). Labour Day. De hardwerkende arbeiders hadden er in de 19e eeuw genoeg van: 8 uur per dag werkenis meer dan genoeg. Daar moet natuurlijk een dag aan gewijd worden. Lekker lang weekend dus. Rachel, mijn huisgenootje, besloot een lang weekend naar huis te gaan en nodigde me uit mee te gaan. Ze woont in Horsham, een dorp zo'n 300km hiervandaan. Afgelopen zaterdag was het dan zover: op naar het platteland. De weersvoorspelling was niet erg goed: veel regen op komst. Er werd niet bij gezegd hoeveel, helaas. Zaterdagmiddag barstte het geweld los, en geweld kun je het gerust noemen. De hele dag was het schitterend weer; stralend blauwe lucht, lekker warm. Aan het einde van de middag werd het donker en begon het vreselijk hard te hagelen. En te regenen. En te onweren. Na anderhalf uur was de stad zo'n beetje overstroomd, al viel het hier in Toorak wel wat mee. Door de storm reden er geen bussen, treinen en trams meer, maar dat wist ik niet toen ik aan het einde van de middag naar het treinstation liep. Ik moest met de trein naar Southern Cross Station, hartje stad, om vervolgens op de trein naar Ararat te stappen. Daar zou Rachel's moeder ons vervolgens opwachten met de auto. Rachel was al in de stad, omdat ze naar school moest, en ik zou haar op Southern Cross Station ontmoeten. Nadat ik een uur op de trein, vervolgens op de tram, en als laatste op de bus had staan wachten, ben ik maar moedeloos naar huis gelopen; het was onmogelijk om Southern Cross te bereiken. Op weg naar huis kwam ik gelukkig huisbaas Matthew tegen, hij wilde me wel met de auto brengen. Helaas kwamen we niet verder dan Chapel Street, wegen waren afgezet, het water stond tot aan de knieën op sommige plaatsen. Dus Rachel maar gebeld, de trein zou ik niet halen. Rachel had Southern Cross wel kunnen bereiken, maar de treinen reden ook daar niet. In plaats daarvan waren er bussen ingezet en kon ze toch in Ararat komen diezelfde avond. Ik heb me zaterdagavond vermaakt met het bellen van de treinmaatschappij; de volgende ochtend kon ik gelukkig toch nog naar Ararat reizen. Dus zondagochtend vroeg weer op weg naar het treinstation, en gelukkig reden treinen, bussen en trams weer volgens schema. De treinreis naar Ararat duurde iets langer dan twee uur en in Ararat stond Rachel's moeder me op te wachten. Vanaf Ararat is het nog 93km naar Horsham. Ik voelde me een beetje bezwaard: ze had 186km af moeten leggen om mij op te halen, maar ze vond het geen enkel probleem. Het was een leuke rit; eindelijk op het platteland! Een heel verschil met Melbourne; het is zo raar dat iedereen voor de grote stad kiest. Het platteland is enorm uitgestrekt en behoorlijk indrukwekkend, eindelijk de eerste kangoeroes in het wild gespot! Vanuit Ararat zijn we direct naar Minyip gereden, een dorpje niet heel ver vanaf Horsham. Minyip zal de meesten niets zeggen, maar als echte ‘Flying Doctors' fan (heeeeeeeeeeeeeeeeeele oude Australische TV serie) was dit stiekem wel de ultieme Australië droom; de serie is in dit dorpje (dat in de serie trouwens ‘Coopers Crossing' heet) op locatie opgenomen. De exterieure shots in ieder geval. Heel vreemd, het kwam allemaal behoorlijk vertrouwd en bekend voor, de gebouwen die voor de serie gebruikt zijn staan er nog steeds; al is het dorpje zelf uitgestorven. Al is er nog wel iets te beleven. Net buiten het dorpje ontmoeten de locals elkaar op de schietvereniging, en dat was ook precies de plek waar we moesten zijn.

Kleiduif schieten is hier een hot item, en Rachel is er goed in. Van Rachel's moeder kreeg ik gehoorbeschermers in mijn handen geduwd en op naar het schietterrein maar. Jemig, wat een rotherrie zeg! Stoere mannen met geweren, het was even een cultuurschok. Australische hoeden, lange leren jassen en Blundstone boots: helemaal fantastisch. En schieten kunnen ze; er werd behoorlijk wat afgeknald. Ik viel met mijn neus in de boter, want het jaarlijkse schietevenement viel precies in dat weekend. Het was druk, zo'n 200 schietgrage mannen (en een paar vrouwen) hadden zich verzameld in Minyip om de eer te verdedigen. Na een tijdje gekeken te hebben, mocht ik het zelf een keer proberen. Rachel leende me haar geweer en gaf me een spoedcursus hoe-gebruik-ik-een-geweer-zonder-mezelf-of-een-ander-dood-te-schieten, en proberen maar. Geweer goed tegen je schouder aanzetten, beetje naar voren leunen, richten en schieten maar. Niet vergeten ‘pull' te roepen, anders heb je geen doel om op te schieten. Ik schrok me kapot door de tegenslag van het geweer en vroeg me af hoe je dit een hele dag kunt doen zonder één groot blauw plek te worden, maar volgens Rachel valt het allemaal best mee. Ik houd helemaal niet van geweren, maar dit was toch best tof. Ik heb het doel natuurlijk niet geraakt.

Next day: vroeg opstaan. Snel ontbijten en kippen voeren. Het plan was, om met de hele familie the Grampians, een enorm Nationaal Park, te bezoeken. Maar voordat we vertrokken, vroeg Rachel of ik zin had om een ritje te maken met de quad. Absolutely. Dat was best een feest; racen door de plassen en hopen dat je er niet aflazert. Ik mocht terug rijden. Sinterklaas: get me a quad.

The Grampians dus. Een miljoen bezoekers per jaar, 168.000 hectare groot. Je kunt er kamperen, picknicken, rotsbeklimmen, fietsen, vissen en natuurlijk wandelen. Er zijn kreken en watervallen en er is veel Aboriginal rock art te vinden. Vanaf Rachel's huis waren de Grampians al te zien, maar van dichtbij zijn ze nog veel mooier. Omdat we helaas niet veel tijd hadden i.v.m. de bus die vroeg vertrok, hebben Rachel en haar familie me (snel) een aantal mooie plekjes laten zien. Op weg naar the Grampians zijn we nog even gestopt in Dadswells Bridge. Het hoogtepunt van dit dorp (letterlijk en figuurlijk) is een papier-maché koala. Het gevaarte is 14m hoog. Er zijn meer dan 150 van dit soort ‘big things' in heel het land te vinden, het is echt een fenomeen geworden. Gitaar, aardappel, schaap, banaan, pinguïn, worm, hond, Captain Cook; allemaal zijn ze groot nagebouwd. Waarom? Ik heb echt geen flauw idee. Zelf omschrijven de Australiërs het als een kunstvorm. Fine with me.

Na het koala festijn verder naar het Nationale Park, en onderweg weer kangoeroes in het wild gespot. Dat werd ook wel eens tijd trouwens. De dieren worden door boeren als een plaag gezien, omdat skippy het gras opvreet dat voor de schapen bedoeld is.

Zes jaar geleden is een groot gedeelte van het Nationale park helaas afgebrand: zo'n 50% is verwoest. Onderweg zijn we veel afgebrand gebied tegengekomen, het duurt jaren voordat alles weer is hersteld. Gelukkig is er nog wel veel moois te zien dat gespaard is gebleven.

Lake Bellfield was de eerste stop. Een groot reservoir waar je kunt kanoën en zwemmen. Door aanhoudende droogte staat het water behoorlijk laag. Vervolgens door naar Brambuk; een Cultureel centrum dat gerund wordt door locale Aboriginals. Veel kunst, informatie en souvenirs. Hier heb ik geleerd dat paling eten gezond is. Omega 3. Anyway, door naar Halls Gap, een klein dorpje middenin het park. Er zijn veel souvenirwinkeltjes en restaurantjes te vinden; het is er behoorlijk toeristisch. In de omgeving staan veel vakantiehuisjes van city slickers die zo nu en dan de hustle and bustle van de stad willen ontvluchten. Tijd voor een hotdog. Ja, een echte. Met ketchup. Best lekker, al krijg ik wel iedere keer behoorlijk buikpijn nadat ik vlees heb gegeten.

Op naar Reed Look out, auto parkeren en lopen maar. Of rennen eigenlijk, want de bus moest echt gehaald worden. Schitterend uitzicht, ik heb zelden zoiets moois gezien. Jammer dat we niet langer konden blijven, ik hoop dat ik binnenkort nog eens terug kan gaan. Rachel's moeder wilde me graag de MacKenzie falls (waterval) laten zien, maar daar was echt geen tijd voor. Er was gelukkig nog wel tijd voor een snelle wandeling naar look out point nummer twee: de balconies.

Twee zandsteen rotsen die de bijnaam ‘Jaws of death' hebben gekregen. Voorheen was het toegestaan op de rotsen te gaan zitten voor een leuk toeristisch kiekje, maar ik denk dat de bijnaam vrij helder is. Dus maar veilig achter het hekje blijven staan. Onderweg naar de balconies gaf Rachel's vader me nog een goede hoe-overleef-ik-een-slangenbeet tip: kledingstuk om de wond binden, en blijven zitten. Iemand anders hulp laten halen. Vooral niet bewegen, want dan verspreidt het gif zich veel sneller in het lichaam. Wel een probleem als je alleen bent en er niemand in de buurt is, maar goed; hard roepen dan maar. Tijd om weer naar Horsham te gaan. Onderweg kwamen we emu's tegen, de grootste Australische vogelsoort. Het beest ziet eruit als een struisvogel, en wordt ongeveer 2m groot. Volgens Rachel's pa moet je geen ruzie met het dier krijgen, ze schoppen je helemaal in elkaar. Emu's hebben gigantische poten.

De bus heb ik gelukkig gehaald, en eenmaal terug in Melbourne was de korte vakantie alweer voorbij, helaas. Het was een fantastisch weekend, Rachel en haar familie zijn ontzettend gastvrij voor me geweest. Zeker voor herhaling vatbaar!

Eén van mijn nachtmerries werd een aantal weken geleden werkelijkheid: een enorme spin in de woonkamer. Hij zat gelukkig op de muur en niet op mijn hoofd, maar het was hoe dan ook smerig. Harig, met van die grote ogen en giftanden. Ieuw. Ik wilde even de held uithangen en het beest zelf de kamer uitwerken, maar naarmate ik dichterbij kwam, besloot ik toch maar de man des huizes te roepen. Gewapend met huisbaas en dodelijke spray was het ineens een stuk minder eng, al werkte de spray niet echt. Het beest bleef maar leven. Dus heeft Matthew ‘m doodgetrapt, en Sage de hond heeft mr. Spider opgegeten. En leeft nog steeds.

Dit is weer een belachelijk lang bericht geworden. Volgende keer meer (hachelijke) avonturen.

Karin

Reacties

Reacties

Tinie

Lieve Karin,

Wat weer een mooie verhalen om te lezen. Tis bijna of je er echt bij bent, zeker met die foto's erbij.
Ik vind het heel mooi voor je dat je het zo naar de zin hebt.
Wanneer je weer terug bent in Nederland wordt het echt een kwestie van afkicken!
Ik wacht je volgende verhalen weer met plezier af.

Liefs, Tinie

Brenda

Hey Karin!

Het lijkt erop dat je het goed naar je zin hebt! Leuk om te lezen! Ik blijf je volgen.

Groeten,
Bren

Teake

haha :D geweldig verhaal weer karin!!! en echt ben zo ontzettend jaloers op je.. .tjonge jonge.. . kleiduifschieten, quadrijden... stoer :D
maar ook gewoon omdat je daar bent!!! hoe gaat het me de stage zelf? wat doe je zoal eigenlijks? ( dat wil ik ook wel weten :P )

tût op e snût!!!

Boukje

Hoi Karin,

Ik ben wederom onder de indruk van een spektaculair verhaal! Blijf er maar heeeeeel lang. Voor je het weet ben je weer in Nederland

Boukje

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!