There's nothing like Australia
G'day,
Het is altijd verbazingwekkend hoe snel tijd voorbijgaat. Terwijl het juist voelt alsof de tijd hier stilstaat. Niet helemaal waar misschien, maar het leven op een boerderij is toch echt heel anders dan stagelopen in een enorme stad.
Een aantal weken geleden hebben Vicky en Mark me meegenomen naar Yorke Peninsula, een schiereiland niet ver vanaf Adelaide. Via dorpjes Snowtown, Bute, Kadina en Moonta kwamen we uiteindelijk bij de kust aan, waar we in de plaatselijke bakkerijtjes Lamingtons (traditioneel Australisch chocolade/kokos gebakje) en Cornish Pasty's (Brits deegtaartje) hebben gegeten. En veel koffie gedronken: nergens zijn de cappuccino's beter dan in Australië. Honestly. De Yorke Peninsula was een belangrijke producent van granen, en de havens werden gebruikt om de goederen te verschepen. Nu is het vooral een hip vakantieoord, veel inwoners van Adelaide bouwen hier hun vakantiehuis(je). De uitzichten zijn prachtig, en het is er niet heel toeristisch.
Onderweg hebben we (natuurlijk) weer een wijnproeverij bezocht; ze zijn hier reuze trots op hun eigen ‘booze'. De afstanden in Australië zijn enorm, een dagje uit betekent dat je zo'n beetje de hele dag in de auto zit. Niet erg, want er valt veel te zien onderweg.
And back to work again. Ik heb het naar mijn zin op Bungaree Station, de dagen vliegen voorbij. Het is altijd druk, toeristen komen en gaan; en de huisjes moeten bijna iedere dag schoongemaakt worden. Bedden verschonen, stofzuigen, koken - altijd iets te doen. Tuinieren doen we ook veel: we hebben deze maand 12 fruitbomen geplant (my back's killing me) en ik snoei regelmatig een boom hier en daar. Eeltige handen, behoorlijk wat schrammen; ik word een echte vent. Wat dieren betreft: er zijn een aantal edities bijgekomen. Vorige week is er een kangoeroe jong (ze worden hier joey's genoemd) gearriveerd, en gister stond er een lam in de kamer te blèren. Waar moeders is gebleven, is niet helemaal duidelijk. Ik houd me momenteel bezig met de flesvoedingen van het schaap-zonder-naam, en Vicky voert de kangoeroe. Volgende week krijgt de joey een mate: kangoeroe jong #2 is wees and has no place to go. Nóg meer flesvoedingen.
Vorige week heb ik Bungaree Station voor een paar dagen verlaten: terug naar Adelaide! Vicky en Mark waren van plan een aantal vrienden te bezoeken, en ik heb maar van de gelegenheid gebruikt gemaakt. Weer even terug naar de ‘bewoonde wereld'. Na afgezet te zijn voor het hostel in Adelaide, ben ik de volgende ochtend naar het backpackers reisbureau gegaan, en heb een 2-daagse Kangaroo Island tour geboekt. Ja, weer een groepsreis. I know, niet echt avontuurlijk; maar wel zo gezellig. Alleen reizen vind ik niet vreselijk leuk en op Kangaroo Island is bijna geen openbaar vervoer te vinden. Aangezien ik geen rijbewijs heb, wordt het dus erg lastig verplaatsen. Kangaroo Island is een behoorlijk groot eiland (150 bij 50km), gelegen aan de zuidkust van Australië. Er wonen maar 4000 mensen, wat het erg desolaat maakt. Voor vertrek naar KI, moest ik me nog een dagje in Adelaide vermaken, de tour vertrok pas de volgende ochtend. Boodschappen gedaan, naar de kapper geweest, een stad heeft zo zijn voordelen. 's Middags had ik nog een paar uurtjes over, en heb ik de Gallery of South Australia bezocht. Schitterende schilderijen, mooie foto-exhibitie, het was een feestje.
De volgende ochtend werd ik om 06.00u (ja, 's ochtends...) opgehaald door het welbekende reisbusje-met-levensgroot-logo, en werd me verteld dat de groep maar uit vijf mensen bestond. Vier Duitsers en ik. Hoera. De Duitse invloeden zijn behoorlijk merkbaar in South Australia, onderweg zijn we gestopt bij een bakkerijtje en hebben ons volgegeten aan sehr güte Kuchen und Gebäck. Na een rit van ongeveer anderhalf uur arriveerden we in Cape Jervis, en zijn we op de boot richting Kangaroo Island gestapt. De ferry-rit duurde 45min, en eenmaal aangekomen in de op één na grootste ‘stad' op KI (Penneshaw - 300 inwoners), kon de echte reis beginnen.
Kangaroo Island is na Tasmanië en Melville (noorden van het land) het grootste eiland van Australië. De productie van honing, wijn en wol zijn de grootste bronnen van inkomsten, naast het ecotoerisme. Door een stijging van de zeespiegel werd het eiland 10.000 jaar geleden van het vasteland gescheiden, en in 1802 werd Kangaroo Island door Engelse ontdekkingsreiziger Matthew Flinders ontdekt. Hij heeft het eiland zijn enorm originele naam gegeven omdat hij, je raadt het al, als eerste skippy's tegenkwam. Matthew en kornuiten hadden al een aantal dagen niet gegeten, en hebben dus als eerst maar verscheidene kangoeroes een kopje kleiner gemaakt. Een Fransoos heeft later de boel grotendeels in kaart gebracht, waardoor je veel Franse plaatsnamen tegenkomt. Er werd tot een tijdje terug altijd aangenomen dat er geen Aboriginals op het eiland woonden, omdat er niets werd gevonden dat hun aanwezigheid bewees. Tot er tijdens opgravingen o.a. wapens werden aangetroffen, wat aangaf dat er dus wel degelijk Aboriginals op het eiland hebben geleefd. Wat er met de stam is gebeurd, is nog steeds een mysterie. Door Aboriginals op het vasteland wordt het eiland ‘Island of death' genoemd. Niet erg hoopvol.
KI is vooral erg in trek door de mooie natuur. Een derde van het eiland bestaat uit beschermd gebied. Er zijn veel inheemse dieren te vinden (mierenegel, tammarwallabie) doordat vossen en konijnen er, in tegenstelling tot het vasteland, ontbreken. Deze dieren hebben veel schade aangericht, maar op KI kunnen de inheemse beestjes fijn hun gang gaan.
Eerste stop was Prospect Hill, met fantastische uitzichten over de oceaan. Het was erg rustig op het eiland, het hoogseizoen is nog niet begonnen. Vanaf Prospect Hill heb je ook een schitterend uitzicht op de American River. Wéér een originele naam. Zo genoemd door Amerikanen die er begin 19e eeuw op zeehonden jaagden. Deze fijne kerels ontvoerden Aboriginal vrouwen uit o.a. Tasmanië, en gebruikten ze om zeehonden te doden. De Aboriginal vrouwen waren fantastische jagers, ze zwommen onopgemerkt naar de zeehonden kolonies om ze vervolgens te doden, zonder paniek te veroorzaken onder de dieren. Pretty amazing. Daarna op naar Seal Bay, één van de grootste trekpleisters van het eiland. In de baai liggen weet-ik-hoeveel zeehonden een beetje te liggen, je kunt op 10m afstand de beesten van dichtbij bekijken. Er zijn wereldwijd maar 12,000 van deze dieren en de meeste hiervan zijn te vinden aan de kust van South Australia. De uitzichten over de baai zijn alleen al schitterend.
Little Sahara. Een verzameling zandduinen waar je erg fijn op kunt sand-boarden. Op een soort surfplank van de duinen afracen, best leuk. Als het niet heeft geregend tenminste, want dan kom je niet echt vooruit. En dat had het de dagen voor de trip veel gedaan, dus de duinen waren vochtig. Oh well.
Op naar de cottage, in the middle-of-nowhere. Eten en bagage uitladen, en in de bus maar weer. Op het eiland zijn veel pinguïns te vinden, en die zijn 's nachts wakker. Gewapend met half afgedekte zaklamp (‘you'll blind the penguins...') dus maar het strand afgezocht naar de beesten. Best leuke diertjes, al doen ze niet veel interessants. 's Avonds BBQ (inclusief vegetarische burgers!) en daarna fijn rond het kampvuur marshmallows geroosterd.
De volgende ochtend ging om 06.00u de wekker; ontbijten, inpakken en wegwezen. Dat reizen is best vermoeiend. Eerste stop was The Cape du Couedic Lighthouse, een vuurtoren die tussen 1906 en 1909 gebouwd is nadat de ruwe zee veel levens had gekost. Een paar honderd meter verderop was de volgende trekpleister: Admirals Arch. Via een lange houten steiger bereik je uiteindelijk de rots waar weer een zeehonden kolonie ligt te relaxen. Een prachtige wandeling met schitterende uitzichten, woeste zee (er zijn zes backpackers verdronken) en kangoeroes. En zeehonden natuurlijk.
Vier kilometer verderop zijn de Remarkable Rocks te vinden, vreemd uitziende rotsen die door erosie, wind, water en zout zijn gevormd. Ze zijn groot, en hebben bijzondere vormen. Ze staan boven op een klif, en de uitzichten zijn spectaculair. Na de Remarkable Rocks zijn we verder gereden naar Flinders Chase, een groot nationaal park. Hier hebben we gewandeld en geluncht, en zijn in totaal vier andere mensen tegengekomen. Het fijne van Australië is, dat het een groot land is. Heel groot. Wat betekent dat je niet overal honderden andere toeristen tegenkomt, er is ruimte genoeg. Tijd om terug te rijden naar Penneshaw, om de boot te kunnen halen. Eenmaal weer op het vasteland, zijn we terug naar Adelaide gereisd en zaten de vrije dagen er al weer bijna op. De volgende ochtend werd ik door mijn bazen bij het hostel opgepikt, en zijn we terug naar Clare gereden. Back on the farm.
Het was een leuk weekend, Kangaroo Island is schitterend, en helemaal niet druk. Ik heb erg veel zin in het reizen, het werkt verslavend. Ik verlaat Clare begin- of half september, en reis dan weer terug naar Adelaide. Ik ben van plan een 14-daagse reis te boeken, die start in Adelaide. Van Adelaide reis ik vervolgens naar het noorden van het land, eindigend in Darwin. Een reis van zo'n 4000km. De zogenaamde outback is enorm, en onderweg valt van alles te zien. Daarna heb ik nog zo'n drie maanden de tijd om te reizen/werken (hopelijk meer van het eerste) maar concrete plannen heb ik nog niet. Tasmanië wil ik erg graag zien, maar ik heb nog niets gepland of geboekt. We'll see.
Tijd om af te sluiten. Foto's zijn weer te vinden op de volgende website:
http://melburnian.myphotoalbum.com/
Groetjes,
Karin
Reacties
Reacties
Lieve Karin,
Mooi dat het zo goed met je gaat! En wat leer je veel he?
Bij thuiskomst je eigen schapenfokkerij beginnen? Wij hebben nog een stuk land duz...
Zo dom, ben helemaal vergeten je te feliciteren met je verjaardag, dus bij deze alsnog van harte! (wel uit het oog verloren maar niet uit het hart!)
Nog 3 maanden zo'n beetje toch?, lijkt me heel erg leuk om je weer te zien!
Dikke tuut, Tinie
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}