Minyip, Horsham en Spinnen
G'day,
Het laatste berichtje is alweer een maand geleden gepost; tijd voor een update.
Om maar met het slechte nieuws te beginnen: de zomer is officieel over. Het begint een beetje koeler te worden, wat niet onaangenaam is. Herfst is gewoon een rotwoord; ik associeer het met deprimerende, regenachtige dagen. Echt koud wordt het hier gelukkig niet, het is gemiddeld nog wel een graad of twintig.
De zevende stageweek is alweer begonnen, de tijd gaat zo snel voorbij. Na mijn stage, die in de eerste week van juni afgelopen is, wil ik graag gaan reizen. Omdat de dollars behoorlijk snel op zijn, heb ik besloten een maand te gaan werken voordat het echte avontuur kan beginnen. Na een half jaar grote stad, gooi ik het over een hele andere boeg: de Australische outback. Of platteland, welk naampje je het beestje ook maar wilt geven. Toegegeven, ik ben wel een beetje beïnvloedt door TV series als Mcleod´s Daughters, waar een behoorlijk geromantiseerd beeld van het plattelandsleven wordt weergegeven. Anyway: de outback dus. Na wat research te hebben gedaan, besloot ik een Cattle Station (Australische versie van een ‘ranch') in South Australia (de staat die grenst aan Victoria) uit te zoeken; zodat ik niet te ver hoef te reizen. Op een banensite stond een advertentie waarin werd gevraagd naar een jillaroo (vrouwelijke boerderijhulp). De ultieme Australië-reiziger baan. Direct maar een niet al te formeel (Australiërs zijn behoorlijk laid-back) mailtje naar de betreffende cattle station gestuurd, en een dag later kreeg ik antwoord. ‘Je klinkt enthousiast, ik wil je wel voor een korte tijd aannemen.' Dat was toch wel het meest ideale sollicitatiegesprek dat ik ooit heb gehad. De baas legde uit dat er momenteel gewerkt wordt aan het toerisme, er zijn een aantal trekpleisters in de buurt en daar moet natuurlijk op ingespeeld worden. Daar kan hij wel wat hulp bij gebruiken, en op de ‘boerderij' zelf is ook genoeg te doen, dus wat werk betreft is het een combinatie van beide. Paardrijervaring was gewenst, dus ik zie mezelf al, haren wapperend in de wind, te paard achter de schapen aan galopperen. Gister heb ik telefonisch contact met de baas gehad: hij vertelde me dat hij volgende week het weekeinde in Melbourne is, en me graag wil ontmoeten. Ik ben erg benieuwd, echt officieel is het nog niet; maar ik geloof dat ik een goede kans maak op de jillaroo baan. Een mannelijke boerderijhulp wordt hier trouwens ‘jackaroo' genoemd.
Afgelopen maandag was het weer zover: een nationale feestdag. Je wordt er mee doodgegooid hier; Australiërs zijn altijd in voor een feestje (of vrije dag). Labour Day. De hardwerkende arbeiders hadden er in de 19e eeuw genoeg van: 8 uur per dag werkenis meer dan genoeg. Daar moet natuurlijk een dag aan gewijd worden. Lekker lang weekend dus. Rachel, mijn huisgenootje, besloot een lang weekend naar huis te gaan en nodigde me uit mee te gaan. Ze woont in Horsham, een dorp zo'n 300km hiervandaan. Afgelopen zaterdag was het dan zover: op naar het platteland. De weersvoorspelling was niet erg goed: veel regen op komst. Er werd niet bij gezegd hoeveel, helaas. Zaterdagmiddag barstte het geweld los, en geweld kun je het gerust noemen. De hele dag was het schitterend weer; stralend blauwe lucht, lekker warm. Aan het einde van de middag werd het donker en begon het vreselijk hard te hagelen. En te regenen. En te onweren. Na anderhalf uur was de stad zo'n beetje overstroomd, al viel het hier in Toorak wel wat mee. Door de storm reden er geen bussen, treinen en trams meer, maar dat wist ik niet toen ik aan het einde van de middag naar het treinstation liep. Ik moest met de trein naar Southern Cross Station, hartje stad, om vervolgens op de trein naar Ararat te stappen. Daar zou Rachel's moeder ons vervolgens opwachten met de auto. Rachel was al in de stad, omdat ze naar school moest, en ik zou haar op Southern Cross Station ontmoeten. Nadat ik een uur op de trein, vervolgens op de tram, en als laatste op de bus had staan wachten, ben ik maar moedeloos naar huis gelopen; het was onmogelijk om Southern Cross te bereiken. Op weg naar huis kwam ik gelukkig huisbaas Matthew tegen, hij wilde me wel met de auto brengen. Helaas kwamen we niet verder dan Chapel Street, wegen waren afgezet, het water stond tot aan de knieën op sommige plaatsen. Dus Rachel maar gebeld, de trein zou ik niet halen. Rachel had Southern Cross wel kunnen bereiken, maar de treinen reden ook daar niet. In plaats daarvan waren er bussen ingezet en kon ze toch in Ararat komen diezelfde avond. Ik heb me zaterdagavond vermaakt met het bellen van de treinmaatschappij; de volgende ochtend kon ik gelukkig toch nog naar Ararat reizen. Dus zondagochtend vroeg weer op weg naar het treinstation, en gelukkig reden treinen, bussen en trams weer volgens schema. De treinreis naar Ararat duurde iets langer dan twee uur en in Ararat stond Rachel's moeder me op te wachten. Vanaf Ararat is het nog 93km naar Horsham. Ik voelde me een beetje bezwaard: ze had 186km af moeten leggen om mij op te halen, maar ze vond het geen enkel probleem. Het was een leuke rit; eindelijk op het platteland! Een heel verschil met Melbourne; het is zo raar dat iedereen voor de grote stad kiest. Het platteland is enorm uitgestrekt en behoorlijk indrukwekkend, eindelijk de eerste kangoeroes in het wild gespot! Vanuit Ararat zijn we direct naar Minyip gereden, een dorpje niet heel ver vanaf Horsham. Minyip zal de meesten niets zeggen, maar als echte ‘Flying Doctors' fan (heeeeeeeeeeeeeeeeeele oude Australische TV serie) was dit stiekem wel de ultieme Australië droom; de serie is in dit dorpje (dat in de serie trouwens ‘Coopers Crossing' heet) op locatie opgenomen. De exterieure shots in ieder geval. Heel vreemd, het kwam allemaal behoorlijk vertrouwd en bekend voor, de gebouwen die voor de serie gebruikt zijn staan er nog steeds; al is het dorpje zelf uitgestorven. Al is er nog wel iets te beleven. Net buiten het dorpje ontmoeten de locals elkaar op de schietvereniging, en dat was ook precies de plek waar we moesten zijn.
Kleiduif schieten is hier een hot item, en Rachel is er goed in. Van Rachel's moeder kreeg ik gehoorbeschermers in mijn handen geduwd en op naar het schietterrein maar. Jemig, wat een rotherrie zeg! Stoere mannen met geweren, het was even een cultuurschok. Australische hoeden, lange leren jassen en Blundstone boots: helemaal fantastisch. En schieten kunnen ze; er werd behoorlijk wat afgeknald. Ik viel met mijn neus in de boter, want het jaarlijkse schietevenement viel precies in dat weekend. Het was druk, zo'n 200 schietgrage mannen (en een paar vrouwen) hadden zich verzameld in Minyip om de eer te verdedigen. Na een tijdje gekeken te hebben, mocht ik het zelf een keer proberen. Rachel leende me haar geweer en gaf me een spoedcursus hoe-gebruik-ik-een-geweer-zonder-mezelf-of-een-ander-dood-te-schieten, en proberen maar. Geweer goed tegen je schouder aanzetten, beetje naar voren leunen, richten en schieten maar. Niet vergeten ‘pull' te roepen, anders heb je geen doel om op te schieten. Ik schrok me kapot door de tegenslag van het geweer en vroeg me af hoe je dit een hele dag kunt doen zonder één groot blauw plek te worden, maar volgens Rachel valt het allemaal best mee. Ik houd helemaal niet van geweren, maar dit was toch best tof. Ik heb het doel natuurlijk niet geraakt.
Next day: vroeg opstaan. Snel ontbijten en kippen voeren. Het plan was, om met de hele familie the Grampians, een enorm Nationaal Park, te bezoeken. Maar voordat we vertrokken, vroeg Rachel of ik zin had om een ritje te maken met de quad. Absolutely. Dat was best een feest; racen door de plassen en hopen dat je er niet aflazert. Ik mocht terug rijden. Sinterklaas: get me a quad.
The Grampians dus. Een miljoen bezoekers per jaar, 168.000 hectare groot. Je kunt er kamperen, picknicken, rotsbeklimmen, fietsen, vissen en natuurlijk wandelen. Er zijn kreken en watervallen en er is veel Aboriginal rock art te vinden. Vanaf Rachel's huis waren de Grampians al te zien, maar van dichtbij zijn ze nog veel mooier. Omdat we helaas niet veel tijd hadden i.v.m. de bus die vroeg vertrok, hebben Rachel en haar familie me (snel) een aantal mooie plekjes laten zien. Op weg naar the Grampians zijn we nog even gestopt in Dadswells Bridge. Het hoogtepunt van dit dorp (letterlijk en figuurlijk) is een papier-maché koala. Het gevaarte is 14m hoog. Er zijn meer dan 150 van dit soort ‘big things' in heel het land te vinden, het is echt een fenomeen geworden. Gitaar, aardappel, schaap, banaan, pinguïn, worm, hond, Captain Cook; allemaal zijn ze groot nagebouwd. Waarom? Ik heb echt geen flauw idee. Zelf omschrijven de Australiërs het als een kunstvorm. Fine with me.
Na het koala festijn verder naar het Nationale Park, en onderweg weer kangoeroes in het wild gespot. Dat werd ook wel eens tijd trouwens. De dieren worden door boeren als een plaag gezien, omdat skippy het gras opvreet dat voor de schapen bedoeld is.
Zes jaar geleden is een groot gedeelte van het Nationale park helaas afgebrand: zo'n 50% is verwoest. Onderweg zijn we veel afgebrand gebied tegengekomen, het duurt jaren voordat alles weer is hersteld. Gelukkig is er nog wel veel moois te zien dat gespaard is gebleven.
Lake Bellfield was de eerste stop. Een groot reservoir waar je kunt kanoën en zwemmen. Door aanhoudende droogte staat het water behoorlijk laag. Vervolgens door naar Brambuk; een Cultureel centrum dat gerund wordt door locale Aboriginals. Veel kunst, informatie en souvenirs. Hier heb ik geleerd dat paling eten gezond is. Omega 3. Anyway, door naar Halls Gap, een klein dorpje middenin het park. Er zijn veel souvenirwinkeltjes en restaurantjes te vinden; het is er behoorlijk toeristisch. In de omgeving staan veel vakantiehuisjes van city slickers die zo nu en dan de hustle and bustle van de stad willen ontvluchten. Tijd voor een hotdog. Ja, een echte. Met ketchup. Best lekker, al krijg ik wel iedere keer behoorlijk buikpijn nadat ik vlees heb gegeten.
Op naar Reed Look out, auto parkeren en lopen maar. Of rennen eigenlijk, want de bus moest echt gehaald worden. Schitterend uitzicht, ik heb zelden zoiets moois gezien. Jammer dat we niet langer konden blijven, ik hoop dat ik binnenkort nog eens terug kan gaan. Rachel's moeder wilde me graag de MacKenzie falls (waterval) laten zien, maar daar was echt geen tijd voor. Er was gelukkig nog wel tijd voor een snelle wandeling naar look out point nummer twee: de balconies.
Twee zandsteen rotsen die de bijnaam ‘Jaws of death' hebben gekregen. Voorheen was het toegestaan op de rotsen te gaan zitten voor een leuk toeristisch kiekje, maar ik denk dat de bijnaam vrij helder is. Dus maar veilig achter het hekje blijven staan. Onderweg naar de balconies gaf Rachel's vader me nog een goede hoe-overleef-ik-een-slangenbeet tip: kledingstuk om de wond binden, en blijven zitten. Iemand anders hulp laten halen. Vooral niet bewegen, want dan verspreidt het gif zich veel sneller in het lichaam. Wel een probleem als je alleen bent en er niemand in de buurt is, maar goed; hard roepen dan maar. Tijd om weer naar Horsham te gaan. Onderweg kwamen we emu's tegen, de grootste Australische vogelsoort. Het beest ziet eruit als een struisvogel, en wordt ongeveer 2m groot. Volgens Rachel's pa moet je geen ruzie met het dier krijgen, ze schoppen je helemaal in elkaar. Emu's hebben gigantische poten.
De bus heb ik gelukkig gehaald, en eenmaal terug in Melbourne was de korte vakantie alweer voorbij, helaas. Het was een fantastisch weekend, Rachel en haar familie zijn ontzettend gastvrij voor me geweest. Zeker voor herhaling vatbaar!
Eén van mijn nachtmerries werd een aantal weken geleden werkelijkheid: een enorme spin in de woonkamer. Hij zat gelukkig op de muur en niet op mijn hoofd, maar het was hoe dan ook smerig. Harig, met van die grote ogen en giftanden. Ieuw. Ik wilde even de held uithangen en het beest zelf de kamer uitwerken, maar naarmate ik dichterbij kwam, besloot ik toch maar de man des huizes te roepen. Gewapend met huisbaas en dodelijke spray was het ineens een stuk minder eng, al werkte de spray niet echt. Het beest bleef maar leven. Dus heeft Matthew ‘m doodgetrapt, en Sage de hond heeft mr. Spider opgegeten. En leeft nog steeds.
Dit is weer een belachelijk lang bericht geworden. Volgende keer meer (hachelijke) avonturen.
Karin
Kangoeroes, Pinguïns en Falafel
Hi!
De vierde stageweek zit er alweer op: de tijd gaat belachelijk snel voorbij. Ik begin me een beetje minder toerist te voelen, en alles wordt een beetje ‘gewoon'. Een goed teken. Weer even een opsomming van de activiteiten.
Let's start at the very beginning. Luna Park: een pretpark(je) in St. Kilda. Eigenlijk heb ik een ongelofelijke hekel aan pretparken (OK, Disney Land was leuk...) maar omdat ik toch in de buurt was... Het park is geopend in 1912; dus voor Australische begrippen middeleeuws. Je kunt zo het pretpark inlopen want er zijn geen entreekosten: kijken is gratis. De grootste houten achtbaan ter wereld en een oude draaimolen zijn zo'n beetje de hoogtepunten van Melbourne's bekendste pretpark. Of eigenlijk de ingang; want die is toch wel heel erg leuk (check foto). Van de attracties gebruik maken is trouwens niet gratis.
St. Kilda is een toffe plek; officieel niet meer deel van de stad. Vorige week is een van Melbourne's VELE festivals begonnen: het St. Kilda Festival. Melbourne staat bekend als festival stad: in mijn Lonely Planet reisgids staan er maar liefst 48 beschreven. Het festival duurt een week, het is vorige week begonnen en eindigt a.s. zondag. Er is veel livemuziek: voor ieder wat wils. Ik ben er even geweest; maar moet zeggen dat het een beetje tegenviel. Het schijnt fantastisch te zijn; ik denk dat ik iets te vroeg was. Het feestje was pas begonnen, en er waren vooral veel hippieachtige types te vinden. Erg vriendelijk allemaal; heel relaxed, maar niet vreselijk spannend. Ik heb er wel een potentiële mate aan overgehouden: in een falafel restaurant kwam ik twee broers tegen: Sam en Josh. Erg aardige gozers; Sam heeft me z'n nummer gegeven en vorige week heb ik ‘m een sms'je gestuurd. We'll meet soon.
Na de falafel-restaurant-ontmoeting heb ik de zonsondergang aan het strand nog even bewonderd; en ben ik de pier opgelopen. De kiosk aan het eind van de pier, die in 2004 honderd jaar zou worden; brandde helaas in 2003 af: tot groot verdriet van de St. Kilda bewoners. Om hen enigszins te troosten is er een replica gebouwd, die er best goed uitziet. Het weer was niet bepaald fantastisch (Melbourne staat bekend om haar 4-seasons-a-day...) en het was daarom niet erg druk. De pier wordt veel gebruikt door de vissers die in weer en (harde!) wind hun werk proberen te doen; en er liggen veel bootjes. En er zijn pinguïns! Wist ik niet, maar nadat ik een aantal mensen gebiologeerd naar rotsen zag staan staren, ben ik ook maar even gaan kijken. Een kolonie kleine pinguïns heeft zich in de drukste wijk van de stad gevestigd. Heel schattig allemaal natuurlijk, totdat ik een dode baby pinguïn tegenkwam. Toevallig waren er een aantal pinguïnbeschermers (of hoe noem je die mensen?) die blijkbaar aan het werk waren. Ze vertelden me dat het beestje door z'n pa&ma was tegengehouden toen hij het water in wilde gaan. Dat gaat er blijkbaar niet echt zachtzinnig aan toe. Tough love.
Ik heb een huisgenootje! Ze heet Rachel en komt uit een dorp hier zo'n 300km vandaan. Haar vader heeft 16.000 schapen. En kippen. En honden. Maar nu is ze dus hier; en we kunnen het wel goed met elkaar vinden. Ze houdt van films, we hebben inmiddels twee movienights gehad. Vanaf vandaag zijn we met z'n drieën, Amerikaanse studente Destiny komt hier ook tijdelijk wonen.
Een paar weken geleden heb ik de Queen Victoria Market bezocht. Met meer dan 600 verkopers is het de grootste openlucht markt op het zuidelijk halfrond. De markt zelf bestaat al 130 jaar, daarvoor was het een begraafplaats(!). Er wordt veel verse groente en fruit verkocht, maar voor souvenirs kun je er ook je hart ophalen. Een hoop prullaria, maar daarvoor is het een markt. ‘Don't come looking for style', waarschuwt mijn Lonely Planet. Klopt helemaal. Maar het is er wel erg gezellig, ik heb nog een tijdje staan praten met een Aboriginal verkoper die wél mooie spullen te koop had. Didgeridoos, schilderijen, boemerangs, you name it. In tegenstelling tot de meeste ‘Aboriginal kunst', was dit wel echt door Aboriginals gemaakt, en niet in een fabriek in Indonesië. En niet heel duur; omdat de opbrengst naar de Koorie (Aboriginals die oorspronkelijk de staten Victoria en New South Wales bewoonden) gaat. Hij vertelde dat Didgeridoos alleen door mannen worden bespeeld in hun cultuur; maar ik geloof dat ik er binnenkort toch eentje ga kopen.
Vorige week heb ik de big smoke voor een dag verlaten. Er moet toch meer zijn dan stad.De afstanden hier zijn enorm, en ik heb geen auto (ook geen rijbewijs trouwens) dus ik ben afhankelijk van het openbaar vervoer. Dat is hier wel heel goed geregeld trouwens, voor 6 Euro kun je de hele dag reizen, in de staat Victoria; that is. Maar goed, Victoria heeft een oppervlakte van 227.416 km² dus dat moet niet zo'n probleem zijn. Omdat de afstanden dus enorm zijn, heb ik maar een National Park uitgekozen dat qua afstand een beetje bereikbaar is; de Dandenong Ranges. Er zijn vooral heel veel bomen, kwam ik achter. En ze lijken allemaal op elkaar. Ik ben in totaal ook maar een keer of zeven verdwaald, dus al met al een succesvolle dag. De Europese immigranten hebben er in de 19e eeuw flink huisgehouden en al die verschillende bomen geplant. Het is daardoor nu een mix van allerlei verschillende soorten bomen en planten. Een erg mooi gebied; ik heb zo'n zeven uren gelopen en veel moois gezien. Met de trein ben ik naar Belgrave gereisd, vanaf Belgrave met de bus verder naar Mount Dandenong. Onderweg kom je allerlei leuke dorpjes met nog leukere namen (Sassafras, Olinda) tegen. Een erg mooie route. Op Mount Dandenong werd ik afgezet (ik was de enige passagier in de bus...) en ben ik maar gaan lopen. Het uizicht moet fantastisch zijn, maar het was erg mistig en ik kon niets van het uitzicht zien. Vanaf Mt. Dandenong kun je op een heldere dag o.a. Melbourne zien liggen. Het is er heerlijk rustig; ik ben al behoorlijk gewend aan de drukte van de grote stad, maar moet zeggen dat stilte echt niet vervelend is (voor een dag). Toen ik weer eens verdwaald was geraakt, kwam ik toevallig een ander gedeelte van het park tegen; Kalorama. Er zijn veel picknick- en barbecue gelegenheden en je kunt er fijn wandelen. Toen ik een dode vogelspin zag liggen was het wandelen ineens een stuk minder leuk; maar het gebied zelf is schitterend. De laatste bus vertrok al om 17.00u, dus rond die tijd was ik terug waar ik was begonnen: SkyHigh Mt. Dandenong. Met het schitterende uitzicht dat ik nog steeds niet kon zien door de mist. Gelukkig reed de laatste bus ook daadwerkelijk en heb ik gezellig een half uur gekletst met een erg vriendelijke buschauffeur. Hij heeft me veel reistips gegeven, nice bloke.
De dag erna ben ik met Rachel naar de stad geweest, en hebben we Boost (smoothies) gedronken, bij de Subway gegeten en in de boekwinkel een ‘Aussie Fact Book' gekocht. Over een paar weken weet ik álles over Australië. Even een paar feitjes:
- er zijn welgeteld 101 miljoen schapen
- Het Opera House in Sydney is door een Deen ontworpen
- Australië heeft gemiddeld een bevolkingsdichtheid van 2,5 mensen per km², maar 84% van de bevolking bewoond 1%(!) van het land
- Het langste rechte stuk treinrail ter wereld (Nullarbor plain - Ooldea) is 478km lang
- De laagst gemeten temperatuur is -23 graden(New South Wales), hoogste: 53 graden(Queensland)
- Australië is van noord - zuid 3180km, van oost - west 4000km.
Nog meer feitjes (thank you; Lonely Planet)
- Vreemde plaatsnamen: (ze bestaan echt!) Mount Hopeless, Lake Disappointment, Bald Head, Big Billy Bore, Humpty Doo en Wagga Wagga
- Uitdrukkingen:
‘He has a few kangaroos loose on the top paddock' (Hij is gek)
‘He's weaker than a sunburned snowflake' (Hij is een zwakkeling)
‘I could eat a horse and chase the jockey' (Ik heb trek)
Een paar dagen geleden werd ik uitgenodigd door Vivian om 's avonds mee te eten. Ik haat koken; dus dit is perfect, dacht ik nog. Ik schoof 's avonds aan en was benieuwd wat er op het menu stond. Vlees. 'You have to eat this when you're in Australia'. Ze wilde niet vertellen wat het precies was, maar ik had mijn vermoedens. Ik heb braaf mijn bordje leeg gegeten en moet zeggen: het was best lekker. Kangoeroe. Ik heb er nog geen één gezien, maar wel mijn tanden in het arme beest gezet. En ik ben vegetariër. Ik geloof dat ik mijn geloofwaardigheid hierbij voorgoed ben verloren. Mijn (poging tot) verweer: dit was een eenmalig voorval, veroorzaakt door een combinatie van gastvrijheid en de welbekende inburgeringscursus. Laten we het daar maar bij houden.
See ya!
Liefs Karin
Poppen, Possums en Parades.
Week 4 is alweer begonnen... Het gaat zo snel! De afgelopen weken heb ik niet enorm veel beleefd, maar ik vond het hoe dan ook weer tijd voor een update.
Erg veel tijd om te ‘toeristen' heb ik niet meer, want mijn stage is sinds vorige week begonnen!
Ik heb het wel naar mijn zin, het voldoet aan de verwachtingen. Ik werk voor een freelance producent, wat betekent dat er veel moet worden geregeld. Ik houd me voornamelijk bezig met het doen van research en computerwerkzaamheden. We zijn bezig met de voorbereidingen voor een documentaire; die met een beetje geluk over een aantal maanden wordt gedraaid.
Op 26 januari was het hier feest: Australia Day werd gevierd! Dé nationale feestdag. Het is een beetje te vergelijken met Koninginnedag. Iedereen had een dag vrij en kreeg de kans op geheel eigen wijze zijn of haar vaderlandsliefde te uiten. Lang leve het chauvinisme! Veel winkels waren gesloten, maar in het centrum van de stad was het een en ander georganiseerd. Ik was een beetje laat, maar heb gelukkig nog iets van de multi-culti parade kunnen zien. Alle nationaliteiten (en dat zijn er nogal wat hier; meer dan 233...) komen voorbij lopen, veel in klederdracht. Er wordt muziek gemaakt en gezongen. Gewoon lawaai maken is trouwens ook toegestaan. Melbourne is erg trots op het feit dat ze een van de meest multiculturele steden ter wereld is. De stad heeft de grootste Italiaanse- en Griekse gemeenschap (op deze landen zelf na) ter wereld. Ongeveer een derde van de bevolking is niet in Australië geboren. Ik vind wel, dat er bijgezegd moet worden dat tolerantie nog niet erg lang hoog in het vaandel staat. Tot 1975(!) werd niet-blanken verboden te emigreren naar Australië. De zogenaamde White Australia Policy werd in 1901 geïntroduceerd, en pas in 1973 afgeschaft. Ene Alfred Deakin vond dat Japanse en Chinese immigranten een ‘bedreiging' vormden voor het ‘nieuwe' land en wilde ze buiten houden. Gelukkig is er veel veranderd. Er zijn nu enorm veel Aziatische gemeenschappen in heel het land. Helaas wordt er nog steeds (te) weinig aandacht besteedt aan de echte Australiërs: de Aboriginals. Op Australia Day wordt er voornamelijk veel gefeest, maar de minder leuke kant van het ontstaan van het land wordt een beetje onder het tapijt geveegd. Ik weet dat de geschiedenis van de meeste landen allesbehalve vredelievend en tolerant is, maar het feit dat het overgrote deel van de Aboriginals door de blanken is weggevaagd door landdiefstal, geweld en Europese besmettelijke ziekten, mag zeker niet vergeten worden.
Na de parade en andere über-Australische activiteiten (wedstrijd stoere-mannen-die-houthakken, BBQ'en) ben ik 's middags met Jasmine (dochter huisbaas) en een van haar vrienden naar het strand gegaan. De jeugdgroep van de kerk had een Beach Day georganiseerd. Veel hebben we niet opgetrokken met de jeugd (Jasmine kende de meeste mensen ook niet), maar we hebben ons prima vermaakt. Ik dacht dat het erg druk zou zijn op het strand (er zijn er niet zoveel in Melbourne), maar Jasmine vertelde me dat het pas druk wordt bij temperaturen vanaf 35/40 graden. Ik vertelde dat Nederlanders de Speedo's van zolder halen zodra het niet meer vriest, maar dat vond ze enigszins ongeloofwaardig. 's Avonds kwamen er nog een aantal vrienden bij en hebben we pizza gegeten. Een geslaagde dag.
Julia (8) en Justin (10) komen regelmatig even om het hoekje kijken als ik thuis ben. Julia speelt veel met haar poppenhuizen en ik sinds deze week ook. Ik heb de roze versie onder beheer, en kreeg de opdracht er vooral mee te spelen. Mijn poppen komen regelmatig op bezoek bij de hare en we ruilen zo nu en dan van kind. Ideale situatie. Justin speelt graag ‘bang', een zelfverzonnen spel. We hebben beide een waterpistool en proberen elkaar neer te schieten. Spelregels: je roept ‘bang Justin' als je ‘m ziet en hebt dan 60 seconden om weg te rennen. Hij is een minuut uitgeschakeld en krijgt een strafpunt. Wie het eerste 20 keer iemand neer heeft geschoten wint. Van Julia en Justin heb ik ook een nieuwe naam gekregen, Karin is blijkbaar lastig uit te spreken. Ik ga nu door het leven als ‘Garden'.
Mijn toeristische uitstapjes zijn wat minder geworden i.v.m. stage, maar ik móet in het weekend iets ondernemen. Afgelopen zaterdag en zondag had ik van alles gepland, maar het was zo enorm warm dat ik het maar een beetje rustig aan heb gedaan. Ik ben (op advies van mijn baas) naar het ACMI (Australian Centre for the Moving Image) geweest: een tentoonstelling die, zoals de naam al doet vermoeden, gaat over de Australische Film en TV wereld. Ook wordt het ontstaan van beeld uitgelegd d.m.v. allerlei doe-het-zelf vernuftigheden. Oh, ik was trouwens niet alleen! De avond daarvoor kreeg ik een berichtje van een Nederlands meisje, ze loopt momenteel ook stage in Melbourne en vroeg of ik zin had iets af te spreken. Ik heb haar zaterdagochtend direct gebeld, we spraken af elkaar 's middags te ontmoeten in de stad. Ze studeert in Leeuwarden (small, small world...) en loopt stage in een ziekenhuis in Melbourne.
Met Marit ben ik dus naar het ACMI geweest. De rest van de middag hebben we door de stad geslenterd, het was erg gezellig. Zondagochtend ben ik naar de kerkdienst geweest, in mijn eentje. Ik had de route een paar keer eerder gefietst met het gezin waarbij ik verblijf, en dacht dat ik het alleen ook wel zou vinden. De heenreis ging prima, maar de terugreis was een probleem. Ik verdwaalde (komt vaak voor) en heb er, i.p.v. 20 minuten, anderhalf uur over gedaan om weer thuis te komen. Thank goodness voor de waterkraantjes die in ieder park te vinden zijn, anders had ik niet overleefd. Het was een graad of 35, en het is hier nogal heuvelig... Ik kwam een andere fietser tegen die me goede raad gaf: ‘It's a bit hot for longs!' Ja, ik had inderdaad een KORTE broek aan moeten trekken. Nadat mijn hoofd weer een normale kleur had gekregen, ben ik naar het centrum gefietst. Op de planning stonden de Fitzroy gardens, een park midden in de stad. In het park was het erg rustig, zelfs de Australiërs vonden het te warm. Ik had beter kunnen kiezen voor een museum-met-airco, maar goed. De Fitzroy gardens dus. Een mooi park, waar behalve bomen ook nog iets anders te bewonderen valt. Cook´s Cottage. De ouders van Captain James Cook (de beste man is in de ogen van de Australiërs de officiële ontdekker van hun land) hebben het huis(je) in Engeland laten bouwen in 1755, maar nadat het verkocht werd in 1933 door de toenmalige eigenaresse, is het huisje steen voor steen afgebroken en in Australië weer helemaal opgebouwd. Australiërs houden van oude gebouwen, maar die zijn hier schaars. Dan haal je ze toch gewoon ergens anders vandaan?
Na door het piepkleine huisje (ik voelde me groot: fijn gevoel) te hebben gelopen, ben ik naar the Shrine of Remembrance gefietst. The shrine (ze houden nog steeds van afkortingen) is een GROOT oorlogsmonument, ter nagedachtenis aan de mannen en vrouwen uit Victoria die meegevochten hebben tijdens de 1e en 2e Wereldoorlog. Het is een enorm gebouw, dat Grieks aandoet. Vanaf the Shrine heb je een mooi uitzicht over de stad. Binnen vind je o.a. een galerij, veeeeeeeel medailles, en een ‘sanctuary'. Weer een stukje geschiedenis: in 1922 werd er een wedstrijd georganiseerd: het beste ingezonden ontwerp zou ook daadwerkelijk gebouwd worden. Twee Australische oorlogsveteranen wonnen uiteindelijk and there you go: the Shrine of Remembrance staat er nog steeds. Het weer sloeg snel om toen ik op the Shrine stond, en het begon te regenen. Melbourne blij, ik wat minder. Thuis mijn kookkunsten maar weer op de proef gesteld (ik kan inmiddels aardappels klaarmaken zonder in het kookboek te hoeven kijken) en de rest van de avond mijn beste vriend de ventilator gezelschap gehouden.
Op een avond stond ik mijn tanden te poetsen en hoorde opeens een akelig geluid. Ik had de deur i.v.m. de hitte openstaan, de hordeur was gelukkig dicht. Ik schrok me echt kapot. Ik had alle scenario's al gehad, maar vergat er eentje. Possums. Typisch Australische diertjes, die, als ze een soortgenoot tegenkomen hun territorium afbakenen d.m.v. het maken van een angstaanjagend geluid. Goed, dat was dus mijn possum introductie. Het beestje (dat trouwens best een hoog schattigheidsgehalte heeft) zat in de boom die vlak achter het huis staat. Helaas geen foto, het was te donker. (en ik durfde niet naar buiten te gaan)
Het kantoor waar ik werk ligt op vijf minuten loopafstand van het strand. De wijk St. Kilda (vlakbij Middle Park, waar ik werk) is behoorlijk populair onder jongeren/backpackers, voornamelijk vanwege de mooie ligging. Na werktijd ben ik er vorige week even geweest, het is er inderdaad best leuk. Direct na het ontstaan van St. Kilda, lang geleden, werd het een groot succes, mede dankzij de rijke families die er gingen wonen. Na de crisis waren de rijke families iets minder rijk en werd de wijk overgenomen door prostituees en drugsverslaafden. Tegenwoordig is er veel veranderd; het is weer een ‘nette' wijk en er zijn veel kunstgalerijen te vinden.
Ik krijg een huisgenootje! De eerste weken heb ik alle ruimte voor mezelf gehad, maar vanaf a.s. maandag komt er Australisch meisje bij. Ze komt hier minimaal een half jaar werken en studeren. Ik ben er blij om, na vier weken alleen-zijn is het fijn wat gezelschap te krijgen.
Bedankt voor jullie reacties, erg leuk om te lezen!
Liefs Karin
Stage, vlees en Bob.
G'day!
De eerste week in Australia zit er alweer op... Time flies when you're having fun. Weer even een update.
Deze week heb ik voornamelijk de toerist uitgehangen. En toch een beetje last gekregen van de gevreesde jetlag. Oh: en ik heb natuurlijk kennis gemaakt met mijn baas!
Laat ik daarmee beginnen. Afgelopen maandag had ik om 12.00 uur een afspraak in Middle Park, waar het kantoor gevestigd is. Jasmine zou er met me naartoe fietsen, zodat ik een beetje vertrouwd zou raken met de (fiets)route. 's Ochtends werd ik wakker en kreeg de schrik van m'n leven: regen! Eerst dacht ik dat ik droomde, of dat het de treinen waren zo'n beetje naast mijn bed rijden. Behoorlijk vervelend trouwens, ik doe echt geen dicht door die rotdingen. Goed, het was dus geen droom en ook geen trein. Ik heb het nog nooit ZO hard zien regenen. Belachelijk gewoon. Het komt ook zelden voor, zoveel regen op een dag; is me verteld. Voor Melbourne is het natuurlijk geen straf; nu kunnen we wel vijf minuten douchen! Helaas kwam Jasmine melden dat ze echt niet door dit weer met me mee zou fietsen. No worries mate. Ze legde me gelukkig uit hoe ik er met het openbaar vervoer moest komen; en dus stapte ik vol goede moed, zonder paraplu (wie denkt daar nu aan als je naar Australië gaat?!) naar het treinstation, dat gelukkig om de hoek is. Kaartje kopen, en op naar Middle Park. Ik heb geprobeerd me aan het reisschema te houden dat Jasmine voor me had uitgeprint, maar was na 20 minuten de weg alweer kwijt. Ik moest in hartje stad overstappen op de tram, maar die was nergens te bekennen. Niet de tram die ik moest hebben in ieder geval. Dus maar een paar zakenmannen gevraagd die er behoorlijk ‘local' uitzagen, maar zelfs zij hadden geen idee. Ze gaven me een alternatieve route, en dus maar wachten op tram nummer 96. Op weg naar Middle Park (in tram 96: yes!) vroeg ik voor de zekerheid nog even aan een oud mannetje of ik wel op de goede weg zat, en nahet bevestigende antwoord gaf hij me nog een goede tip. 'Go to Tassie (Tasmanië) love, Victoria is probably the only state still run by inmates'. Ik heb m'n best gedaan niet te hard te lachen; hij was blijkbaar niet bepaald Melbourne-fan. Je wordt hier trouwens constant aangesproken met ‘love' en ‘darling'. Cultuur denk ik. Ze zijn wel behoorlijk behulpzaam, de Australiërs. Tijdens een van de eerste dagen was ik de weg kwijt (what's new) en liep ik met mijn zware boodschappentassen naar huis (dacht ik) maar wist opeens niet meer heel goed of het wel de juiste richting was. Dus vroeg ik een ouder echtpaar naar de juiste weg, maar ze waren zelf ook toeristen. Gelukkig wisten ze wel waar ik moest zijn en zijn ze het hele eind met me meegelopen, de tassen werden zelfs voor me gedragen! Goed, terug naar tram nummer 96. Gelukkig stopte hij midden in Middle Park, en hoefde ik maar drie minuten naar mijn werk te lopen. Daar aangekomen (‘look for the red door') ben ik direct met baas John naar een restaurantje in de buurt gelopen en heb in 2,5 uur van alles besproken. Het is een aardige man, die veel van zijn werk houdt. Momenteel ben ik de enige werknemer, en zit ik met John voornamelijk op kantoor. Er zijn verschillende projecten waar hij mee bezig is, maar die zitten allemaal nog in de productiefase. Dat betekent dat er veel moet worden geregeld (financiën, script, acteurs regelen etc.) voordat we überhaupt kunnen regisseren/filmen/monteren. Goed, ik ben erg benieuwd. Ik houd jullie op de hoogte.
Een paar dagen geleden heb ik sinds jaaaaaaaaaren weer eenECHTE hamburger gegeten. I know: ik ben vegetariër, maar principes moeten helaas even plaats maken voor de inburgeringscursus.
Australiërs zijn rasechte vleeseters; BBQ'en is een van 's lands grootste hobby's. Vorige week was ik uitgenodigd voor een echte Aussie BBQ aan de Yarra rivier, door de jeugdgroep van de kerk. Op de uitnodiging stond dat ik ook iets mee moest nemen, en dus had ik 12 toetjes gekocht en fietste om 18.00u naar de rivier. Ik ben die stomme rivier wel 20 keer langsgefietst, maar een jeugdclub; ho maar. Mijn toetjes kookten zo'n beetje, en dus heb ik na 45min. de hoop maar opgegeven. Helaas. Ze waren daar vast ergens, maar mijn richtingsgevoel is nooit optimaal geweest, to say the least. Geen barbecue dus. Volgende week staat er een Beach Day op het programma, dan waag ik nog maar eens een poging.
Een paar dagen geleden ben ik in mijn eentje naar de stad gefietst. Doodeng, ik heb het halve stuk gelopen over het voetpad. Zoals ik al eerder zei; het is een gekkenhuis in de stad. Vooral voor fietsers, normaal gesproken kan ik fijn het fietspad gebruiken en heb dus weinig last van drukte. Eigenlijk geldt die drukte maar voor de helft van de route die ik moet fietsen naar de stad, omdat er langs rivier de Yarra een fantastisch fietspad is aangelegd. Dat is echt een verademing, lekker doorfietsen! In de stad heb ik me voornamelijk vergaapt aan allerlei mooie (en minder mooie...) gebouwen. Melbourne is schitterend, het centrum is relatief klein vind ik, heel compact. Door de vele parken doet de stad bijna dorps aan. Er wordt ongelofelijk veel gesport: langs de rivier vind je de joggers en de Yarra rivier wordt iedere dag overspoeld door boten, roeien is hier een schoolsport die veel beoefend wordt. Aan de kant van de rivier fietst dan een student met een megafoon die zijn klasgenoten, die aan het roeien zijn, aanmoedigt en beter laat presteren. En allemaal in uniform natuurlijk. Erg leuk om te zien. Ze zijn vreselijk fanatiek allemaal. Melbourne is een echte sportstad trouwens, de grootste ‘Sporting Arena' van Australië staat hier, the MCG (Melbourne Cricket Ground). Er is plaats voor 100.000 supporters.
Er is begonnen met de bouw van het stadion in 1853, toen de Cricket Club gedwongen werd te verkassen i.v.m. de aanleg van een treinrail en dus een nieuw stekkie nodig had. Er worden, zoals de naam al doet vermoeden, veel (internationale) cricket wedstrijden georganiseerd, maar ook andere sporten, zoals voetbal en rugby zijn/worden er beoefend. Het is een behoorlijk indrukwekkend gebouw. In het kader van de inburgeringscursus zal ik er toch aan moeten geloven, GO AUSTRALIA!!
I made a new friend. Toen ik dus in downtown Melbourne mijn ogen uitkeek, werd ik gewenkt door een horsecarriage man (je weet wel, zo'n man die toeristen voor 30 Euro per kwartier in een rijtuigje mee laat rijden door de stad). 'Would you mind to watch my horses, I need to go for a piss...' Sure, will do. Na een paar minuten kwam hij terug en raakten we aan de praat; waar kom je vandaan, wat doe je hier, etc. etc. Op een gegeven moment vroeg hij (hij heet trouwens Bob) of ik ook een ritje wilde maken door de stad. Nadat ik hem uitlegde dat ik geen contant geld bij me had, alleen een creditcard, maakte hij me duidelijk dat hij alleen maar vriendelijk wilde zijn. 'I don't want your bloody money, you can come for free!' Hmm, waar is toch dat addertje? Geen addertje, zodra hij een aantal betalende klanten had, mocht ik gratis meeliften. Na een half uur gewacht te hebben op de betalende klanten, die helaas niet kwamen, ben ik verdergegaan.
Bob vertelde dat hij hier morgen weer zou zijn, en dat ik het dan nog een keer kon proberen. Okidoki. Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag ben ik weer naar de stad gefietst (niet alleen voor het gratis ritje, hoor) en kreeg ik van Bob, tijdens het wachten, een kop koffie. 'You're just a poor student'. That's right mate. Gelukkig hoefde ik niet heel lang te wachten op mijn gratis horsecarriage ritje, en heb ik fijn, voor op de bok, Melbourne vanachter de paardenkonten bekeken. Het was echt tof, Bob kletste honderduit (Australischer dan hij krijg je ze niet) en vertelde me van alles over de stad. Na het ritje van een half uur liet hij weten dat ik nog maar eens terug moest komen, voor nog een gratis ritje. Not bad, huh?
Goed, gister was een busy day. 's Ochtends ben ik naar de Royal Botanical Gardens gefietst, zo'n 4km vanaf Toorak. De botanische tuinen zijn echt een trekpleister van de stad: 36 hectare groot, meer dan 50.000 planten- en bloemensoorten. Er worden weet-ik-hoeveel tours georganiseerd, voor de kinderen is er een speciale watertuin. Echt heel groot. En erg mooi. Er wordt gezegd (vast door Australiërs) dat de RBG tot de mooiste botanische tuinen ter wereld behoren. Ik spreek ze niet tegen, het is ook echt ongelofelijk mooi. Ik had me voorgenomen ‘even' naar de tuinen te gaan voordat ik naar de stad zou fietsen, maar dat ‘even' werd 2,5 uur. Fotogeniek stukje Melbourne, ook. Ik heb me prima vermaakt, hele mooie planten en bloemen gezien, best vreemd om vanuit de tuinen de skyline van Melbourne te zien terwijl je je in een rustiek stukje Australië waant. Best bijzonder. Al was het wel loeiheet, ik ben blij dat zonnebrandcrème hier maar een paar Euro kost. Verstandige regering. In de stad heb ik mijn fiets vlakbij Flinders Street Station geparkeerd, hartje centrum. Flinders Street Station is een van de bekendste oriëntatiepunten van de stad, het is het bekendste station van Melbourne. Iedere dag maken meer dan 100.000 mensen gebruik van dit station. Vivian legde me uit dat er een bekende uitspraak is hier: 'Meet me under the clocks', wat betekent dat je diegene ontmoet onder de rij klokken die boven de hoofdingang hangen. Flinders Street Station ligt erg centraal, natuurlijk, en er staan dan ook een aantal andere (mooie) gebouwen in de buurt. Saint Paul's Cathedral is er een van. De kathedraal, die in etappes is gebouwd, is ook een belangrijk herkenningspunt van Melbourne. Federation Square hoort bij het ‘nieuwe' Melbourne. Het is een enorm gebouw (niet erg mooi, naar mijn mening) en je vindt er musea, kunst, restaurants, barretjes en winkels. De een vindt het uniek, de ander spuuglelijk. Het past eigenlijk niet tussen de andere gebouwen, Flinders Street Station en de kathedraal zijn beide oud (nou ja, wat is oud in Australië...), net als vele andere gebouwen in de buurt, Fed. Square behoorlijk futuristisch. Ik ben dus, na het parkeren van mijn fiets, maar rond gaan lopen en kwam toevallig een Tourist Shuttle Bus tegen. Vreselijk natuurlijk; een bus speciaal voor toeristen, maar het is gratis. Net als de City Circle Trams, die overigens wel tof (en ook gratis) zijn. Je wordt langs 13 trekpleisters/hoogtepunten gereden en kunt in- en uitstappen wanneer je wilt. Ik ben dus toch maar ingestapt en wist zelfs een zitplek te bemachtigen. In anderhalf uur tijd heb ik de hoogtepunten van de stad aan me voorbij zien razen. Ik ben nergens uitgestapt, a) omdat ik in de laatste bus zat en dus niet meer terug zou kunnen, en b)omdat de buschauffeur de airco op standje 20 had gezet. Heerlijk. Bij de een na laatste stop ben ik er uitgegaan omdat dat dichtbij de parkeerplek van mijn fiets was, maar gelukkig was daar ook iets leuks te beleven.
The Eureka Skydeck 88, om precies te zijn; het hoogste appartementencomplex ter wereld. 300m hoog, 92 verdiepingen, 52.000 vierkante meter raam, 3,680 traptreden. Volgens de folder die ik heb gekregen. Er was 110.000 ton aan cement nodig om het gevaarte te bouwen. Allemaal nutteloze informatie natuurlijk, je moet het ZIEN! Voor 16 dollar word je in een lift gezet en ben je binnen 40 seconden op de 88e verdieping. Ja, het is een heeeeeele snelle lift. Je oren gaan dichtzitten en je krijgt een wee gevoel in je maag. En daar betaal je voor. Maar uiteindelijk krijg je waar voor je geld; wat een uitzicht! De HELE stad kun je zien! Echt schitterend. Niet te vaak naar beneden kijken trouwens.
Ik stond net een half uurtje op verdieping 88, toen ik een telefoontje kreeg van Vivian. Ze ging die avond naar de bioscoop en vroeg of ik mee wilde. Sure! We spraken af bij de Botanical Gardens. Het ging namelijk om de Moonlight Cinema, tijdens de zomermaanden kun je in de buitenlucht films kijken. Omdat kaartjes snel uitverkocht zijn, waren we behoorlijk vroeg aanwezig. Kaartjes zijn niets duurder dan ‘gewone' bioscoop kaartjes, en het is echt een feest om buiten, samen met heel veel andere mensen een film te kijken. In de Royal Botanical Gardens! It doesn't get better than that. Na het kopen van de kaartjes zijn we nog even snel naar de MacDonalds gefietst, eten gehaald en snel weer terug naar de tuinen. Vivian had een vriendin uitgenodigd, en samen zaten we daar dan, op de heuvel, te wachten totdat de film begon. Die begint overigens pas als de zon bijna onder is. Echt grappig, want veel mensen hadden hun halve interieur meegesleept: van matrassen tot halve banken. En eten: heel veel eten. Echt een ervaring. Goede film trouwens, ook: An Education.
Het is hier momenteel bloedheet: zo heet dat ik uit pure frustratie de ventilator maar naar mijn slaapkamer heb gesleept. Ik heb wat handwasjes gedaan en de natte kleding in de lege slaapkamer hiernaast gehangen; het is binnen no-time kurkdroog.
A.s. dinsdag is Australia Day, een nationale feestdag. Iedereen heeft vrij en er wordt van alles georganiseerd. Dit is een beetje het idee:
'On Australia Day we come together as a nation to celebrate what's great about Australia and being Australian. It's the day to reflect on what we have achieved and what we can be proud of in our great nation. It's the day for us to re-commit to making Australia an even better place for the future.'
Volgens de Australia Day website althans. Het officiële verhaal: op 26 januari 1788 arriveerde de eerste vloot met Britse gevangenen in Sydney. Elf stuks, om precies te zijn. Australiëis geboren. Onder de Aboriginals staat deze dag trouwens bekend als 'Invasion Day'...
Volgende week kan ik meer vertellen over Australia Day, denk ik.
See ya!
Liefs Karin
Melbourne, Vegemite en Fietsen.
Dag mensen,
Na een reis van 22 uur ein-de-lijk in Australië! Inmiddels ben ik drie dagen in Melbourne en heb ik weinig spectaculairs beleefd, maar toch even een samenvatting.
Goed, op 11 januari begon het avontuur. Met the whole family naar Amsterdam gereden (zonder sneeuw-problemen) en ben ik, na het onvermijdelijke afscheid, op het vliegtuig gestapt richting London. In London helaas 45 min. vertraging, maar goed; gezien de weersomstandigheden zij het ze vergeven. London - Hong Kong duurde zo'n 11 uur, en weer werd bevestigd hoe ongelofelijk saai vliegen is. In Hong Kong weer overstappen, op naar Australië! Acht dodelijk saaie uren later stapte ik uit in Melbourne. Vanwege de angst die me aangejaagd is door programma's als ‘Border Patrol' verwachtte ik minstens 28 keer gefouilleerdte worden om vervolgens drie uur in een verhoorkamer door te moeten brengen, maar niets van dit alles.
In het vliegtuig had iedereen een ‘Incoming Passenger Card' getekend, waarop alles wat mogelijk niet het land in mag, genoteerd moet worden. Ik zal jullie de ellenlange lijst besparen, maar geloof me: behoorlijk kansloos. Goed, een half uur na de landing stond ik buiten, op zoek naar een taxi. Taxi was natuurlijk snel gevonden, en dus op weg naar Toorak, een wijk zo'n 7 km vanaf het centrum. Hier zal ik de komende vijf maanden verblijven. Na een half uur stond ik in Toorak, en werd ik binnengelaten door mijn host. Het was middernacht toen ik arriveerde, dus na een korte rondleiding vertrok ze weer snel. Er is ruimte voor drie studenten, maar momenteel ben ik de enige i.v.m. de zomervakantie. Dat betekent dat ik behoorlijk wat ruimte voor mezelf heb, wat echt wel relaxed is. Na de vakantie komen er waarschijnlijk wel nieuwe studenten bij.
Next day. Geen oog dichtgedaan door de warmte (en de treinen die om de 10min langs mijn slaapkamer razen). Volgens Vivian, mijn host, is het echt niet heel warm momenteel. Een dag voordat ik arriveerde was het 45 graden. Right. Ik wilde erg graag wat van de stad zien, maar zo'n eerste dag is misschien niet de beste om direct van alles te gaan ondernemen. Omdat ik toch wat boodschappen moest halen (voedsel is een van de punten op de beruchte ‘what-not-to-bring-to-Australia' lijst) ben ik met Vivian en haar twee jongste kinderen naar Toorak road gelopen. Ze gaf me voor vertrek een kaart mee, een wijs besluit. Richtingsgevoel behoort niet bepaald tot mijn sterke punten. Na wat boodschappen te hebben gedaan maar een beetje rondgelopen, een vreemd idee om aan de andere kant van de wereld te zijn. Van een jetlag heb ik (tot op heden) helemaal geen last gehad, gelukkig. Het is heerlijk weer, ik zie palmbomen en een blauwe lucht: ik weet niet of ik ooit weer terug wil! Het Australische Engels is trouwens bijna een taal op zich, ze hebben de neiging om veel woorden af te korten. Afternoon wordt bijv. ‘arvo', een barbecue is een ‘barbie' en ‘brekkie' staat voor breakfast. Ik vind het behoorlijk vermakelijk om ze te horen praten. Deze zin kwam ik tegen in mijn Lonely Planet reisgids:
‘The ringer looks around and is beaten by a blow. And curses the old swaggie with the bare-bellied yeo.'
Wie dat kan vertalen naar fatsoenlijk Engels (of Nederlands!) krijgt een pot Vegemite van me cadeau.
Anyways, Australië kent nog een probleem: watertekort. Consequentie: er mag p.p. maar 4 min. per dag gedoucht worden. Het is zelf zo, dat het koude water dat normaal gesproken gewoon door het putje wegstroomt (voordat het warm wordt) opgevangen wordt in een emmer. Dat wordt dan weer gebruikt voor de vaatwasser. Wauw.
Ik ben en blijf Nederlandse, dus fietsen zal ik. Ook hier. In principe doen mensen dat hier ook wel, maar het is toch nog wel even wat anders dan in Holland. Vivian vertelde me dat ze een reserve fiets heeft (ik ben toevallig terechtgekomen in een gezin dat enorm van fietsen houdt...) en ik die wel mag huren. Nou, dat is nog eens goed nieuws. Toen ze vroeg of ik mee wilde helpen om de fiets in elkaar te zetten heb ik maar braaf ‘ja' geknikt, maar snapte niet helemaal wat ze bedoelde.
Grote doos werd uit de schuur gesleept, gereedschap gehaald en beginnen maar. Het is hier blijkbaar zo, dat een fiets aangeleverd wordt als een doe-het-zelf pakket. Ok. Na wat gesleutel toch maar mooi resultaat: een echte Aussie bike! Hij was nog niet helemaal compleet, dus ben ik 's middags met Jasmine, de oudste dochter, naar de fietsenwinkel (ja, die hebben ze hier gewoon!) gefietst(!) en lichten, een slot en een helm gekocht. Yep, het dragen van een fietshelm is hier verplicht. Daarna nog even naar de telefoonwinkel, Jasmine wilde een nieuwe telefoon, ik heb de simkaart gekregen: nu heb ik dus ook een Australisch nummer (0401264429). Met Jasmine ben ik nog even naar haar werk gefietst (bakkerij) en mocht iets uitzoeken. Thanks mate! Na weer in Toorak te zijn aangekomen, (man, dat links fietsen is nog behoorlijk lastig!) ben ik 's middags met Vivian en haar zoon naar downtown Melbourne gereden met de auto, fietsen op het rek. Daar hebben we zoonlief en auto aan paps gegeven (die daar aan het werk was), en zijn Vivian en ik dwars door het centrum naar huis gefietst. Paps en zoon gingen een dagje kamperen. Vivian vond het belangrijk me een beetje wegwijs te maken op de fiets, I'm grateful. Ze vertelde dat mensen echt gemotiveerd worden om op de fiets naar het werk te gaan. De gezondheid en het milieu hebben er beide baat bij. Sommige bedrijven geven zelfs een bonus aan werknemers die op de fiets naar het werk gaan. Fietsen hier is trouwens best eng, want over het algemeen zijn er weinig officiële fietspaden, wat betekent dat je je gewoon tussen en naast auto's moet wurmen met je fietsje. Er wordt ook niet heel veel rekening gehouden met het fietsende volk, dus het is uitkijken geblazen. Goed, het was echt een tof ritje, dwars door de stad, langs rivier de Yarra, en het park. (check de ietwat sneue foto) Een ritje van 7 km. Ik was bekaf, haha. En ik heb spierpijn.
Het is wel fijn, want ik eet (tegen vergoeding) gewoon met het gezin mee. Dat gezin bestaat trouwens uit paps, mams en vier kiddies (8/10/16/22 jaar oud). De oudste woont in Brisbane. Oh, en niet te vergeten de drie-maanden-oude Labrador pup Sage, die hier tijdelijk woont en na zes maanden training voor volk en vaderland bij de douane mag/moet werken. Ik kan echt niet koken, dus mee-eten is wel een uitkomst. Over een week of twee zal ik het zelf eens proberen, mijn werktijden zijn onregelmatig en het is toch echt wel tijd om eens te leren koken.
Oh, gister heb ik me even ondergedompeld in de Australische cultuur: ik heb Vegemite gegeten. De smaak vergeet ik nooit weer, het is denk ik het smerigste dat ik tot nu toe heb gegeten. Ik weet niet eens hoe ik het moet omschrijven, het is echt vreemd. Het is trouwens broodbeleg.
Goed, wat heb ik vandaag voor enorm interessante dingen beleefd... Volgens mij is trouwens de helft van de lezers inmiddels afgehaakt, dit verhaal wordt toch echt een stuk langer (en nuttelozer) dan verwacht. Anyway, vandaag heb ik in mijn eentje de buitenwijken rond de stad op de fiets verkend. Het viel allemaal best mee: geen toeterende auto's, boetes of andere ellende, ik heb het redelijk in de gaten allemaal.
Ik vergeet trouwens bijna waarvoor ik hier ben gekomen: stage! A.s. maandag ga ik lunchen met mijn baas, hij wilde het een en ander doorspreken en me laten zien waar ik kom te werken vanaf 25 januari. Spannend!
Well, that was it for now. Heel erg bedankt voor jullie berichtjes, erg leuk!
Liefs Karin